close
Geschiedenis
30 jaar De Kleine Academie

 

Na het afronden van zijn studie Letteren en Wijsbegeerte gaat Luc De Smet naar de theaterschool van Jacques Lecoq in Parijs. Met studiegenoten maakt hij twee succesvolle voorstellingen, toen heel nieuw van stijl en moeilijk te catalogeren. In het spoor daarvan volgen talrijke workshops over beweging en spel in binnen- en buitenland, in open context of aan kunsthogescholen en universiteiten, en opdrachten voor coaching van collega acteurs. 

Zo ontstaat het idee voor een eigen theaterschool. In Brussel, in een pand dat voordien nog de studio was waar Hergé Kuifje tekende, gaat op 20 januari 1986 De Kleine Academie van start. De naam is een bescheiden verwijzing naar de Academie van Plato, wellicht wat geïdealiseerd als een plek waar kunsten, ambachten en wetenschappen elkaar de hand reikten. De workshops die aan De Kleine Academie voorafgaan, werken in die mentaliteit. De  deelnemers zijn kunstenaars uit andere disciplines en wetenschappers, gevestigde theatermensen en beginners, ze realiseren er samen projecten waarvan de intelligentie geenszins de speelsheid of de creativiteit in de weg staat, integendeel. Die mentaliteit zit ook in het dna van De Kleine Academie die snel bekend wordt. Oorspronkelijk loopt het programma over twee jaar: een eerste jaar over observatie door middel van beweging en spel en een tweede jaar dat de grote stijlen uit de theatergeschiedenis verkent. De Academie is zodoende geïnspireerd op de pedagogie van Jacques Lecoq maar heeft ook al een duidelijk eigen profiel dat zich in de vele workshops ontwikkeld heeft. 

 

Op vraag van de studenten ontstaat een derde jaar dat zich met repertoire en tekst bezighoudt. Niet veel later worden tweede en derde jaar een geheel waarbij het onderzoek van het ‘mechanisch’ functioneren van een stijl (tragedie, melodrama, komedie en dgl.) enerzijds en van het bijhorende repertoire anderzijds met elkaar verweven zijn. Tegelijk vervalt ook de opdeling in een tweede- en derde jaar: na het eerste jaar doorloopt iedereen een programma van twee jaren. Zo krijgen al meer ervaren acteurs bij aanvang van hun derde jaar te maken met de relatieve onervarenheid van de groep die net uit het eerste jaar komt, een wederzijds stimulerende ontmoeting.

De Kleine Academie zet nu een nieuwe stap. Het eerste jaar blijft ongewijzigd, het ‘tweede & derde jaar’ verdwijnt als dusdanig. In de plaats komen op zichzelf staande modules en projecten die bij elkaar opgeteld een coherent geheel vormen en veel meer mogelijkheden bieden om de traditie te verbinden met vandaag. De Kleine Academie keert zo terug naar wat inmiddels dertig jaar geleden haar oorsprong was: een uniek pedagogisch project, een permanente werkplaats voor acteurs en theatermensen waar ook andere disciplines kunnen van leren en omgekeerd. De pedagogische principes, de filosofie van De Kleine Academie blijven ongewijzigd, de middelen om ze te realiseren zijn voortdurend in evolutie en ontwikkeling. De geschiedenis is niet af, het theater van morgen wenkt …