close
Filosofie
-

Bewegen en spelen zijn onze meest oorspronkelijke leermiddelen. Daarmee verkennen we de wereld, lang voor de opvoeding - omgeving en scholing - die oorspronkelijkheid kadert en uiteindelijk voor een groot deel teniet doet. Ondanks alles blijft het verlangen naar die oorspronkelijkheid in meer of mindere mate aanwezig, bij sommigen onweerstaanbaar, het begin van kunstenaarschap, onverzadigbare gretigheid in het gebruik van de zintuigen. Vervolgens het verlangen om met de opgedane ervaringen iets te doen, met een of ander medium het geobserveerde na te bootsen, eerst letterlijk, daarna … anders.

In beweging en spel nabootsen, nadoen, spiegelen, mimen … brengt ons het dichtst bij het zintuiglijk functioneren en bij het volledig samenvallen met onszelf. Kinderen doen dat vanzelf en moeiteloos. Later moeten we het opnieuw leren: observeren, zo dicht mogelijk op de huid van de werkelijkheid, liefst met alle zintuigen tegelijk of delvend in ons eigen innerlijk landschap van opgedane indrukken. Een innerlijk landschap waarvan we de diepere bodemlagen delen met onze soortgenoten. Waardoor we een gemeenschappelijk gevoel hebben voor de waarachtigheid van de nagebootste werkelijkheid. Door middel van beweging en spel het oorspronkelijk waarnemingsvermogen herstellen en ontwikkelen is de doelstelling van het eerste jaar. Daarmee is dat eerste jaar een fundament waarop elke artistieke of creatieve discipline kan steunen. Kunst en wetenschap zijn veel meer verwant dan we denken.

Na dat eerste jaar wordt de speler een acteur. Eerst door te gaan kijken hoe onze voorgangers naar de wereld hebben gekeken en wat ze daarmee gedaan hebben: al de verschillende stijlen waarin ze de mensheid op het toneel hebben gezet, de hele theatergeschiedenis. Leren door zelf met die stijlen aan de slag te gaan, hun betekenis te vinden voor vandaag en zo te weten te komen hoe het medium te hanteren om te zeggen wat ik wil zeggen. Met andere woorden: de acteur te ontwikkelen tot een autonoom en scheppend kunstenaar, de uitvoerder voorbij. 

Het eerste jaar, het begin, en het vervolg zijn dus dezelfde als in elke andere artistieke discipline: observatie, imitatie, creatie. Wat Aristoteles vijfentwintig eeuwen geleden al wist, vandaar het logo van De Kleine Academie.